In a manner of speaking

Ik nam op 8 weken eens foto nr. 1 en dacht toen dat er een buikje zichtbaar begon te worden. Onzin natuurlijk, dat waren gewoon mijn natuurlijke welvingen, doorspekt met een boel verlangen en fantasie. En dan komt die buik rond de 20 weken, wordt die alsmaar groter en komt ge terecht op 38 weken, foto nr. 2, denkende: “Holy crap, ben ik dat??”.

En dan denkt ge ook: “Ik neem een foto om de 2 weken… Het zou best wel eens de laatste kunnen zijn.”

En dan slikt ge. En slikt ge nog eens.

Als ik er diep over nadenk, dan nemen de zenuwen de bovenhand. Dan denk ik aan arbeid, weeën, persen, bevallen. Aan ziekenhuizen en daar verblijven, wat ik eigenlijk ook nog nooit gedaan heb. Aan kraamtijd en bezoek en hoe bevreemdend mij dat allemaal nog lijkt. En soms aan ‘kch’, maar dat ga ik niet uitleggen. Maar dan denk ik natuurlijk vooral aan het feit dat er binnenkort een klein mensje geboren gaat worden. Onze zoon/dochter. Een échte baby die wij gemaakt hebben. En werkelijk: ik kan mij daar ZO weinig bij voorstellen. Ook al voelt ge het Hummeltje in kwestie bewegen, het blijft zo ontzettend irreëel.

Maar meestal doet ge gewoon verder met de dingen des levens en zit ge daar niet heel de tijd diepgaand over te contempleren. Gelukkig maar, want veel haalt dat niet uit. Het is fijn om er af en toe bij stil te staan, maar het zal ons uiteindelijk moeten overkomen. De bevalling, het ouderschap en alles wat er bij komt kijken.

Op zijn tijd… Maar misschien nu nog net even niet.

Hmm. Dit is echt lekker mensen. Ik geef op voorhand toe: het is ook redelijk veel werk. Begin er niet aan als ge niet wat tijd ter uwer beschikking hebt. Het is een beetje vergelijkbaar qua smaak en arbeidintensiviteit als een goeie moussaka, but so totally worth it! Als ge eens veel goesting hebt om te koken en nadien lekker te eten dus.

Nodig voor 4 porties:

1 aubergine, in dunne plakjes

250g fusilli (of spirelli)

bechamelsaus (boter/bloem/melk/kruiden)

90g geraspte cheddar

25g geraspte parmezan

olijfolie, boter, peper, zout

Voor de vleessaus:

1 grote ui, gesnipperd

2 stengels bleekselderij, dungesneden

450g lamsgehakt (of gewoon gemengd gehakt)

3 el tomatenpuree

150g zongedroogde tomaten, uitgelekt en fijngehakt

1tl gedroogde oregano

1 el rodewijnazijn

1.5dl kippenbouillon

To do:

Grill de aubergineplakjes in een grillpan nadat je ze bestreken hebt met olijfolie en bestrooid hebt met peper en zout. Je kan ze ook bakken in de pan, maar dan wordt het heel wat vettiger want dit zijn echte sponsjes.

Fruit voor de saus de ui en de selder enkele minuten in olijfolie. Voeg het gehakt toe en bak het rul. Roer de andere sausingrediënten er door en laat 20 minuten pruttelen.

Kook de fusilli al dente en giet af. Maak de bechamelsaus en roer er de cheddar door. Roer de pasta door de helft van de saus en hou de andere helft even apart.

Maak nu laagjes in een grote ovenschotel. Eerst fusilli in kaassaus, dan een laagje vleessaus, dan plakjes aubergine. Eindig door de rest van de kaassaus nog bovenop te gieten en bestrooi met de parmezan. Zet nog zeker een half uurtje in de oven op 190°.

Volgens het boekje (weer zo’n kleintje getiteld ‘pasta’) kan je het heet of koud serveren, maar ik zou de hete versie aanraden. Smakelijk!

U weet het of u weet het waarschijnlijk niet, maar wij zouden dit jaar naar Zuid Frankrijk reizen. Voor een weekje of 2 eind juni, om precies te zijn. Helaas bleek er een vloek op die plannen te rusten. Er kwam werkelijk vanalles tussen, wat ons uiteindelijk deed beslissen om de reis te annuleren. Ge moogt het lot een beetje tarten, maar soms moet ge gewoon luisteren en braaf zijn. En besluiten: ok ok, dan gaan wij wel niet, beste Goden. Daardoor bleef ik natuurlijk wel zwaar op mijn honger zitten, want onze laatste beweging richting buitenland dateerde al weer van meer dan een jaar geleden. En ik hou nogal van reizen. Zodus werd er naarstig gezocht naar een alternatief. Iets kort en dichtbij, wegens nogal gevorderde zwangerschap. Het werden enkele dagen Nord-Pas de Calais. Ik zal het anders even in puntjes voor u samenvatten, want een lang verslag is het niet waardig. Maar een kortje, dat nog net weer wel. (U moet wel weten dat kort bij mij een redelijk relatief begrip is. En dat ik mijn blogs altijd gebruikt heb als ondermeer een medium om voor mijzelf reisverslagjes op bij te houden). Ik zal er ter uwer amusement een aantal foto’s bijzwieren, als dat niet vriendelijk is.

Misschien moet ik er een negaposi van maken. Dat blogt gemakkelijk.

Nega

Het begin. Het scheelde maar een beetje, of we hadden de boel weer geannuleerd. Zo crashte vooraleerst de iPhone van het lief, net voor vertrek. Geraakte zijn identiteitskaart zoek, net voor vertrek. Crashte de GPS, net voor vertrek. Verdween de GPS applicatie op de iPad, tijdens het vertrek. Wij keerden een drietal keren terug naar huis en verloren een uurtje of 4 tijd voor we daadwerkelijk richting Frankrijk cruisden. Allebei geheel gestresseerd, dat spreekt. Om dan in ontelbare vele wegwerkzaamheden terecht te komen. Vaneigens.

Posi

Het hotel. Schoon. Een golfhotel, jongens. Kunnen wij golfen? Baneem. Maar we hadden daardoor wel een enorm mooi uitzicht op een vallei (aka golfcourse) en konden bij het ontbijt flink lachen met de outfits van de andere gasten. Ruitjes, dat is dé look in het golfmilieu. En witte kouskes. En roze truitjes. En verder moet ge, als ge golft, ook heel gewichtig doen. En met een golfkarretje rijden. Dat is heel erg hip, namelijk.

Nega

Tja, die hotelgasten. Menslief, hebben wij ons geërgerd. Sta mij toe enkele clichés te bevestigen. Nederlanders zijn luid. Ontzettend luid. Gooi wat Nederlanders samen in een hotel en enkele uren later zijn ze allen de beste vrienden. Waardoor ze natuurlijk ook van tafel naar tafel moeten brullen. En hun levensverhaal vertellen. Dat wij dat ook allemaal konden/moesten volgen, dat vonden ze niet erg. Waar een Vlaming – toegegeven – overmatig bescheiden en verlegen is, is een Nederlander overmatig aanwezig. Zelfs een chique, rijke Nederlander.

Britten, die eten graag ei. En spek en worstjes. Ze eten dat zo graag, dat ze er ongelukken voor begaan. Ik had dan ook ogenblikkelijk geleerd mooi te blijven zitten nadat de bewuste etenswaren waren aangevuld. Er volgde immers steeds een invasie (hebdem? Normandië?) der Britten die enigszins levensgevaarlijk was. Ik keek mijn ogen uit. Vaak keerden ze 3 keer terug om toch nog wat bij te nemen, nog voor ze aan hun bordje waren begonnen. En na het verorberen van het roerei gooiden ze wat eitjes in de koker. Terwijl ze nog een bordje spek vulden. Cholesterol dat is voor mietjes! Ik zat er meestal wat beduusd bij, want ik eet ook graag hotel-ei. Van dat slappe roerei, ja. Maar ze hadden geen compassie en 1 keurige heer schraapte zelfs zorgvuldig al het laatste beetje weg terwijl ik achter hem stond te wachten. Met mijn dikke buik. Geen compassie hé mensen!

Andere gasten van allerlei nationaliteiten, die zijn ook onbeleefd. Die doen zo van die dingen waar onze monden van open vallen. Hun (geruite) broekzakken vullen met ingepakte koekjes, confituurtjes en cakejes bijvoorbeeld. Elkanders eieren uit de koker pikken. Niet 1, maar 5 actimellekes nemen. Hun glazen tot de nok vullen omdat het fruitsap bijna op is. Enfin, het was niet om aan te zien. En dat in een behoorlijk chique hotel. Soms ben ik beschaamd om tot het mensenras te behoren. Dat ik daar menig ogenblik oogrollend heb doorgebracht, zal u niet verbazen.

Nega – posi

De omgeving. Ik had al redelijk snel door dat we niet ver genoeg in Normandië verbleven om het mooie, gekende Normandië te hebben. We zaten zo wat in de weinig boeiende voorbuurten daarvan. Met mooie uitgestrekte landschappen met koetjes op, maar daar hebt ge het ook wel snel mee gehad. We bezochten enkele stadjes waar nog minder te beleven viel dan in Wetteren-city zelve en waren daarin wel enigszins teleurgesteld. Geef toe: als u namen als Saint Omer, Air sur la Lys of Boulogne sur Mer hoort, dan stelt u zich daar toch nog iets behoorlijk gezelligs bij voor, niet? Wis dat dan maar uit uw hoofd, want het is geen waar. Maar bon, af en toe was er wel ergens een mooi plekje te bespeuren of iets te bezoeken en dat hebben we dan ook gedaan.

Iets met denoorlog natuurlijk, niet te vermijden aldaar. Oh, mag ik u trouwens een tip geven? Bezoek dat eens niet met uw kleine kinders. Want dan krijgt ge van die scènes waarbij een achtjarig meisje hysterisch begint te huilen en brullen “These are horrible pictures mom, get me out now!!”. De mom in kwestie probeerde nog met “Well yes, it was a horrible life dear”, maar verwijderde uiteindelijk toch maar haar krijsende dochter uit de gang met foto’s uit de concentratiekampen. Ik herinner mij nog levendig dat ik dergelijke beelden voor het eerst zag toen ik 12 was, op school, en ook danig onder de indruk was. En dat ik dat toen, matuur als ik was (kuch), eigenlijk veel te vroeg vond om daaraan bloot gesteld te worden. Dus: doe dat anders gewoon eens niet. Ze hebben nog al de tijd van de wereld om met gruwelijkheden geconfronteerd te worden.

In Boulogne sur Mer vonden ze het interessant om grote plastieken groensels neer te planten. Aangezien er niets interessanters was om te fotograferen, namen wij daar dan maar een kiekje van.

Al was de zonsondergang er wel zeer schoon, het moet gezegd. En u als lezer hoeft er zelfs de indringende visgeur niet bij te nemen, kijk eens aan.

En u weet het ongetwijfeld ook niet, maar ik heb iets met aquariums. Niet zo van die dingen voor in de living, maar aquariums om te bezoeken. Met tropische visjes en haaien, grote krabben en andere leutige beesten. Ik ben er inmiddels een expert in. Overal waar wij komen, maak ik het meest nabije aquarium onveilig. Fascinatie en al. In Boulogne sur Mer vind je Nausicaa terug, zo ontdekten wij. Het spel wordt voorgesteld als het mooiste en grootste aquarium van Europa, dus de verwachtingen waren hoog gespannen. Maar het spijt me het te moeten zeggen, ook dat viel tegen. Ik vind persoonlijk Sea Life in Blankenberge meer de moeite waard. Ontzettend duur, dat was het dan weer wel. Very overpriced voor het occasionele kwalletje en de verlepte schildpad die er te bezichtigen waren. De beesten vonden het er duidelijk zelf ook niet enorm aangenaam vertoeven.

Verder hebben we veel met vogels gesmeten op de iPad en heb ik de film Australia gezien, gedubd in het Frans. (Echt, gaan ze daar nooit eens mee ophouden trouwens? What is up with that?)

En al lijkt dit misschien meer een postje voor op Misantropia, toch heeft het wel deugd gedaan hoor. Maar ergens weet en beseft ge dat er u een veel groter avontuur staat te wachten…

Gisteren, that is. Maar gisteren had ik geen tijd om te bloggen wegens druk, van hier naar ginder en een hondje dat van haar baarmoeder werd ontdaan (ocheer). Ze stelt het goed trouwens. Ik, ik heb wel nog een baarmoeder. Een redelijk uitgerekte zelfs. Kijk maar.

En wat geeft dat, zo 36 weken zwanger zijn?

- Vermoeidheid. Ja, ik weet het, normale vrouwen hebben dat in het eerste trimester. Ik in het derde, zo blijkt. Slapen kan ik nog altijd prima, maar uitgeslapen geraak ik niet meer. Ach, ik kan er maar al aan wennen.

- Plasjes. Miljoenen, miljarden plasjes. ’s Nachts, overdag, voor vertrek ergens heen, na vertrek ergens heen, thuis, op locatie: plasjes. Heel vervelend als je niet thuis bent trouwens, maar ergens in het buitenland. Want ja, wij trokken er nog enkele dagen tussenuit. Daar blog ik later ook nog even over.

- Niet meer zo mobiel zijn. Al valt dat nog mee, ik voel het toch. Stappen lukt, maar niet zo lang aan een stuk. Regelmatig uitrusten is de boodschap. Soms bandenpijnen bij het stappen, dat heb ik al een tiental weken occasioneel eens. Dan zit er niet veel meer op dan stoppen, eigenlijk. Verder moet ge u gewoon een beetje inbeelden dat ge een oud meetje zijt, en dan gaat dat wel.

- Ik kan, euhm, nog steeds niet zo bijzonder veel verdragen. Luidruchtige Nederlanders op hotel bijvoorbeeld. Of Britten die het laatste beetje roerei wegschrapen voor uw neus. U ziet, op reis was er inspiratie te over. U heeft wat gemist! Anyway, ik voel mij intussen zo stilaan kabouter Wesley in hoogsteigen persoon. Maar volgens mij ligt dat volledig aan alle andere mensen natuurlijk, die simpelweg geen manieren meer hebben. Ik heb daar niets mee te maken. En mijn hormonen ook niet. Neen, neen.

- Zenuwen. Want dat zaakje loopt hier stilaan ten einde en of ik daar klaar voor ben, dat is een andere kwestie. Ik ben het zwanger zijn alvast niet beu. Ook kan ik mij nog helemaal niet inbeelden dat ik binnenkort een kind ga baren en hebben. Slik. Ik stel voor dat we daar dan ook nog even mee wachten. Willen we dat afspreken, liefste Hummel? Ik dank u bij voorbaat.

Deze week kreeg ik een interessant mailtje van mijn liefste zus (die mij trouwens chocolade kwam brengen na het lezen van mijn vorig logje. U wil ze ook hé, die zus?). Er is een heuse weddenschap opgezet. Getiteld: ‘Hummel: male or female’ en ook naar gewicht wordt een gooi gedaan. De stand binnen de familie is redelijk fifty-fifty en de winnaar krijgt een watermeloen. Omdat dat naar het schijnt ongeveer evenveel weegt als een klein hummeltje. Ja, ja.

Met Tamara heb ik al een deal: zij voorspelde mij dat mijn navel niet meer zou ploppen en zal vermoedelijk gelijk krijgen. Ik heb haar een doopsuikerken beloofd als haar voorspelling uitkomt. Ik heb nogal wijze doopsuikerkes, namelijk. Althans: dat vind ik zelf, net zoals natuurlijk elke vrouw dat vindt. Anders zou ze andere doopsuikerkes kiezen, ha! Ze zijn alleszins zelf gefabriceerd door mijn moeder en mijzelve. En daar zijn wij een beetje trots op.

Dus dacht ik: misschien moet ik mijn lezertjes ook iets gunnen. Zoveel zijn dat er niet, dus ik zal er mij zeker niet aan ruïneren. Aangezien ik 4 soorten heb van doopsuikerkes, kan ik gerust 2 weddenschappen organiseren. (Ook geen nood dus als u een geboren winnaar bent en 2 keer in de prijzen valt). Ten gepaste tijde post ik fotootjes van de te winnen presentjes en mogen de winnaars kiezen.

Waag dus uw gokje!

1. Gewicht?

2. De datum der terwereldkoming? (uitgerekend: 9/9)

(Er zijn natuurlijk lezers die sowieso een doopsuikerken gaan krijgen, omdat ze mij kennen in het echt. Ik moet er nog eens over nadenken wat ik dan ter compensatie kan schenken, maar zij moeten het niet laten mee te doen!).

Net zoals het een paar (belachelijk weinige) dagen behoorlijk warm moet zijn eer we van een hittegolf spreken, kan ik nu wel besluiten dat er hier een Slecht Humeur heerst. Niet zo eentje van 1 dag, maar een hardnekkiger. Bij mij dus, welteverstaan.

Sigh.

En redenen dat ik heb, mensen. Redenen! Grondige, diepzinnige redenen! Zo vind ik dat mijn haar ontzettend slecht geknipt is, bijvoorbeeld. Maar dan ook écht slecht. Hoe durven ze. En gaat mijn kat continu op plaatsen liggen waar ze dat niet mag. Het loeder. Zo ben ik vreselijk moe, ook al slaap ik genoeg. Vind ik het gezoem van vliegen onuitstaanbaar. Ben ik dit jaar niet op de Gentse Feesten geraakt, tot mijn – wait for it – grote ergernis. Er is nooit iets deftigs meer te zien op TV en mensen zeuren teveel aan mijn hoofd. Alle chauffeurs behalve ikzelf kunnen niet rijden, dat ook. En die vorige zin klopt gelijk niet, zucht. Bejaarden op de plaatselijke markt of in de supermarkt zijn werkelijk onbeschofter dan ooit tevoren. Als ik wat was durf buiten hangen, dan begint het zeker en vast te regenen. Als ik een vers T-shirt aan heb, dan zitten er een half uur later vlekken op, door die dikke buik. Smeer ik al 3 maanden dagelijks die dikke buik in trouwens, staan er natuurlijk knallers van striemen ergens anders. Jeej! Zegt de ene vandaag dat ik toch maar een kleine buik heb, wordt mij morgen gevraagd of ik misschien een tweeling verwacht. Er wordt voor het eerst in mijn leven zonder enige schroom naar mijn gewicht gevraagd. En gisterenavond was mijn chocolade op. Zomaar, op!

U ziet: stuk voor stuk grondige, diepzinnige redenen. Die mij nopen tot een duizelingwekkend hoge frequentie aan oogrollen en een niet aflatende goesting om iedereen een scheldwoord toe te werpen. Ik denk dat ik deze laatste weken best op een onbewoond eiland zou doorbrengen. Hoewel, als de bevalling dan in gang schiet, dan is er natuurlijk weer niemand in de buurt. Vaneigens. Typisch! Grmbl.

Soms lees ik her en der dat jonge moedertjes erg schrikken over de impact van de eerste weken/maanden kraamtijd. Van de intensiteit, de moeite die het kost, de vermoeidheid, het gebrek aan de beruchte roze wolken. Ik las zelfs al op fora: “Waarom heeft niemand mij gewaarschuwd?”. En ik vroeg me af of deze dames op dezelfde aardbol rondlopen als ik.

Ik, ik heb namelijk een beetje last van het tegenovergestelde. Ik hoor ontzettend veel verhalen over hoe zwaar, moeilijk en uitputtend het is. Wat een verschrikking zo’n klein baby’tje kan zijn. Reflux, allergieën, huilbaby’s, vreselijke nachten, wanhoop, structuurloze dagen, isolement… Ik ‘weet’ er onderhand zo wat alles van. Of beter: ik heb er over gehoord, want weten zal ik het pas wanneer Hummeltje effectief ter wereld komt. Het lijkt mij inmiddels een ‘erop of eronder’-operatie. Een meevaller of een tegenvaller. Een tevreden kindje of een kindje dat ergens door geplaagd wordt met alle gevolgen van dien.

Ik ben een gewaarschuwde vrouw, dat staat buiten kijf. Maar ik ben ook een stilaan hoogzwangere vrouw, die door allerlei berichten meer angst ontwikkelt voor wat komen zal dan verlangen naar. De bevalling boezemt mij angst in, maar dat lijkt me behoorlijk normaal. Weinig mensen houden van pijn en ik kan niet zeggen dat ik uitkijk naar een pijn die ik nooit eerder gevoeld zal hebben. Bovendien vertelde een ervaren vroedvrouw me deze week dat kindjes die rechts zitten met het rugje – zoals Hummel – meestal zorgen voor een zware arbeid en moeilijke bevalling. Ze relativeerde het nadien en Hummel kan ook best misschien nog draaien, maar toch sprak haar blik boekdelen. Ik kan niet zeggen dat ik er panisch van word, want ik kan me er toch nog niets bij voorstellen. Maar bemoedigend is het niet. Ook de kraamtijd zie ik inmiddels met gemengde gevoelens tegemoet. Ik voel me nu al zo moe en het is nog niet eens begonnen, denk ik dan.

Begrijp me niet verkeerd: ik ben blij een realistisch beeld te hebben van wat kan gebeuren. Maar ik heb eventjes nood aan wat peptalk. Wat ‘koetsjiekoetsjie’, wat ‘ze zijn ze schattig en zo lief’, wat ‘er gaat niets boven een versch baby’tje’. Want dat is toch ook nog een beetje zo, toch?

Nee, ik heb feitelijk niets anders dan Jamie Oliver boeken in huis. Betrapt. Of wacht, misschien toch wel, maar Jamie zwaait hier wel de plak, dat weze duidelijk. Dit keer komt het weer hieruit.

Dit gerecht heb ik nog nooit zelf gemaakt. Huh, zegt u? Jahaa, zeg ik. Het is de specialiteit van mijn lief geworden. Specialiteit in het liefs, dat wil zeggen dat – wanneer ik vraag of hij wil koken – hij dit maakt. Of dit, ook zijn specialiteit. Ik ben bijgevolg nooit zwaar verrast door wat hij op tafel tovert, maar wel zwaar content, want goed is het sowieso.

Ge moet niet noodzakelijk alles doen zoals het in het recept staat, de Spaanse pepers laten wij bijvoorbeeld vaak achterwege. Ook met de look zijn we iets zuiniger. Doe het naar eigen smaak, dan komt dat wel goed. ‘t Is nen iPhone-foto, een beetje flou, maar ge kunt er u wel iets bij voorstellen waarschijnlijk.

Gehaktballetjes:

Kneed door elkaar: 450g gemengd gehakt, 1 tot 2 gedroogde verkruimelde Spaanse pepers, een snufje kaneel, vers geraspte muskaatnoot, 3 tenen fijngehakte look, zout en peper, 1 groot ei, een handvol parmezaan, de geraspte schil van 1 citroen. Draai balletjes.

Saus:

Zet een pan op het vuur met een flinke scheut olijfolie. Voeg toe: 2 à 3 tenen fijngehakte look, de gehakte steeltjes van een bosje basilicum, 1 verse rode ingeprikte Spaanse peper. Fruit dit alles op laag vuur en voeg een scheutje rodewijnazijn toe. Voeg 2 blikken van 400g gepelde (pruim)tomaten toe. Breng op smaak met peper en zout en laat een half uurtje pruttelen op laag vuur.

Vervolg:

Verhit een beetje olijfolie in een pan en bak je gehaktballetjes mooi rondom bruin. Schep ze nadien in de saus. Haal de peper uit de saus en kruid nog bij indien nodig. Laat de saus met de balletjes er in nog een kwartiertje op laag vuur staan.

Kook 500g gedroogde pappardelle (een soort brede tagliatelle, te vinden in de supermarkt) in voldoende zout water. Laat uitlekken in een vergiet en hou wat van het kookvocht over, giet dat bij de saus. Maak de pasta terug aan met boter en kookvocht (zo wordt het geheel niet droog) en voeg daarna bij de saus.

Serveer met schilfers parmezaan en gescheurde blaadjes basilicum. Heerlijk.

You know the drill: eenvoudig, lekker. Ook dit receptje past in die omschrijving. Zet alles mooi klaar op voorhand en het staat op tafel in een handomdraai. Ingrediënten zijn makkelijk in huis te halen en te houden, met de overgebleven kokosmelk kan je bijvoorbeeld enkele dagen later dit nog maken. Ik haalde de mosterd hier.

Nodig (voor een drietal porties):

4 kipfilets, in reepjes/blokjes gesneden

1 appel, in kleine blokjes gesneden

2 tomaten, ontveld en ontpit, in blokjes gesneden

1 uitje, fijn gehakt

boter

peper en zout

2 koffielepels kerriepoeder

scheutje droge witte wijn

scheutje kokosmelk

1 eetlepel Batida de Coco (likeur)

1 eetlepel honing

2 dl room (bv. Alpro Soya, neem maar het hele brikje)

Doen:

1. Bak de kipreepjes bruin aan in wat boter en laat ze garen. Breng op smaak met peper en zout en schep ze uit de pan.

2. Bak in hetzelfde braadvet het gehakte uitje en roer er de kerrie door. Blus met wijn, kokosmelk, honing en Batida de Coco.

3. Voeg al roerend de room toe en laat het geheel inkoken tot er een licht gebonden saus ontstaat. Schep dan de kipreepjes, de appelblokjes en de tomatenblokjes door de saus en breng flink op smaak met peper en zout.

Lekker met Basmatirijst bijvoorbeeld. Smakelijk!

En nu is het aftellen zeker?

Vaststelling: er komen een aantal euhm, ‘interessante’ kwaaltjes bij, zo na een tijd. Ik ga ze niet allemaal met u delen. Wees daar blij om.

Zoals ik deze week bijvoorbeeld tweette: ‘I have the boobs of Pamela Anderson and the feet of my late grandmother, darn sexy combo!’. Ge hoeft nog geen busticketje richting deze regionen te kopen, die boobs zijn met een korreltje zout te nemen. Maar toch, maar toch. De voeten, dat komt door vocht, zo schijnt. Ik had daar wel over gelezen, maar het blijft confronterend hoe uw lijf een eigen leven gaat leiden. Ik met de eeuwige te dunne enkeltjes (ja, die kunnen ook té dun zijn en dat flatteert niet als ge voor de rest niet überdun zijt) heb nu mémévoeten. Met kussentjes op. Bij momenten passen zelfs mijn Birkenstocks niet meer.

Oh, en plassen. Ik moet HEEL DEN TIJD plassen. Ik ga naar het toilet, stap in de auto om ergens naartoe te rijden, en ik moet alweer. In de auto al. En op de nieuwe bestemming natuurlijk ook weer. Leutig, jong. En ge moogt eens raden wat ge moet doen tegen dat vocht in uw benen… Zeer veel drinken, jawel! Een grapken van onze schepper, dadde. Hij heeft chance dat ik niet in hem geloof.

En het is WARM, maar dat wist u al. Iedereen denkt dat ik het warmer heb dan anderen, maar dat kan ik natuurlijk niet weten. Ik geloof dat dat nog meevalt eigenlijk, maar het neemt niet weg dat ik graag een zwembadje zou hebben om in te ploeteren. Ja, wij hadden er ooit 1, maar de poezen uit de buurt amuseerden zich met evenwichtsoefeningen op de band en hebben die alzo lek geprikt. En toen begon het te vriezen en lieten wij dat staan, waardoor het ook nog even als schaatsbaan heeft gediend, maar het verhuisde uiteindelijk toch naar het containerpark. Wij zijn daar niet zo ontzettend goed in, wij, in dingen onderhouden.

Ik kan ook den afwas niet goed meer doen zonder schoenen aan, want dan komt mijn buik net tegen het aanrecht. En kan ik niet dicht genoeg meer staan. Dat zijn zo van die dingen waar ge op voorhand niet over nadenkt.

Een slaaphouding vinden is nog steeds niet echt een probleem, al lijkt het elke morgen wel alsof ik de dag voordien 1000 buikspieroefeningen heb gedaan. (En ik weet dat, want er was een tijd waarin ik dat deed. Een zotte tijd, weliswaar.) Ik slaap wisselend op elke zij, zoals ik dat altijd deed, maar nu zakt er daarbij natuurlijk iedere keer een kindeken naar beneden. Mijn buikspieren vinden dat niet zo aangenaam.

Ik ben nu 9kg bij (hola! een vrouw die een gewicht vermeldt!) en heb nog 10 weken te gaan. Niet weinig maar ook niet overdreven veel, denk ik.

Maar eigenlijk hé, eigenlijk kan ik nog steeds niet klagen. Ik vind het buikje nog goed draagbaar, heb nergens pijnen en ben nog goed mobiel. Het mag zo nog even duren.

Ik heb een flatterende foto gekozen, ja. Met schaduw waar het moet, vanuit een goed perspectief en zonder benen/voeten. Het is mijn blog, dus dat mag.